(rodecijfers.substack.com)
In Den Haag nemen de onderhandelende partijen deze dagen een besluit over het financieel kader voor het aankomende kabinet. Tussen de regels door hebben zij laten weten daarin in ieder geval reserveringen te willen opnemen voor defensie én de economie.
Naar verwachting zullen vele miljarden worden vrijgespeeld om onze economie te versterken. Hóe dat geld ingezet wordt doet er dus nogal toe.
Voor de vakantie publiceerde Peter Wennink zijn rapport mét daarbij een concrete wensenlijst aan investeringen. In een vorige Rode Cijfers uitten we al kritiek op zijn economische analyse. Deze editie besteden we aan zijn investeringssuggesties. Want samen met Wennink publiceerden economen van Rabobank óók een (veel minder opgemerkte) analyse over het versterken van de Nederlandse economie. En hun aanbevelingen wijzen een andere kant op.
In zijn rapport stippelt Wennink een route uit naar toekomstige welvaart. Volgens hem vergt dit een jaarlijkse economische groei van 1,5%. Het rapport vertaalt dit naar een lijst van 51 investeringsvoorstellen ter waarde van 126 miljard euro. Als de overheid daarnaast zorgt dat de randvoorwaarden op orde zijn – denk aan zaken als stikstof en netcongestie - dan leiden deze investeringen tot de economische groei die onze samenleving nodig heeft, stelt Wennink.
Toch zou die 126 miljard euro wel eens verspild geld kunnen zijn.
Niet elke investering is namelijk hetzelfde. Waar Wennink vooral oproept te investeren in concrete bedrijfsprojecten, wijzen economen van Rabobank in een andere richting.
De economen van RaboResearch maken een onderverdeling in vier soorten relevante investeringen: investeringen in onderwijs, publieke en private Research and Development (R&D) en kapitaalmiddelen zoals machines, (digitale) infrastructuur en fabrieken. Om tot 1,5% economische groei te komen zou een kwart van de miljarden geïnvesteerd moeten worden in beter onderwijs, 40% in R&D en iets meer dan een derde in kapitaalmiddelen.
De terugverdieneffecten van publieke R&D zijn daarbij verreweg het hoogst (€7,10 voor elke geïnvesteerde euro) gevolgd door private R&D (€4,30) en onderwijs (€1,10 - €1,30). De investeringen in kapitaalmiddelen leveren minder op dan ze kosten (80 cent per geïnvesteerde euro), maar zijn nodig om de overige investeringen beter te laten renderen.
Met deze bril wordt duidelijk waarom het wensenlijstje van Wennink wellicht niet leidt tot meer economische groei. Wennink wijkt in zijn rapport namelijk op een aantal cruciale punten af van de economen van RaboResearch. Ten eerste wil Wennink geen cent extra uitgeven aan onderwijs: het budget van OCW mag niet verder stijgen. Ook publieke R&D, nota bene de meest rendabele investering, komt er bekaaid vanaf: 2 miljard om te verdelen over tien jaar. Daar tegenover wil Wennink juist het meest investeren in het minst rendabele: ongeveer 90 miljard euro in extra kapitaalmiddelen. Dat betekent misschien een hoop doorgeknipte lintjes bij nagelnieuwe fabrieken, maar dat is nog niet hetzelfde als structurele economische groei.
Wennink pareert de roep om meer onderwijsgeld door te stellen dat wij Europees gezien al veel uitgeven. Gemiddeld spenderen Europese overheden namelijk 4,7% van hun bbp aan onderwijs en Nederland een fractie meer: 4,9%. Met een OCW-budget zo groot als de hele economie van Letland hoeft er echt niks meer bij, zo stelt de oud ASML-topman.
Dat is een vreemde redenering. Het doel van het rapport is immers niet om Nederland gemiddeld te laten zijn, maar hoogproductief. In het rapport wijst Wennink daarom zelf drie landen aan waar de productiviteit de afgelopen jaren harder is gestegen dan in Nederland: Zweden, Zwitserland en Denemarken. En wat blijkt? In die drie gidslanden is niet alleen de productiviteit hoger, de overheid investeert daar ook fors méér in onderwijs.
Wennink heeft gelijk dat we moeten investeren in onze toekomstige welvaart. De onderhandelende partijen kunnen daarmee beginnen door bijvoorbeeld de 1,3 miljard aan onderwijsbezuinigingen van het vorige kabinet te schrappen.
De Amerikaanse regering torpedeert de mondiale deal voor het belasten van multinationals.
In de Volkskrant vertelt socioloog Isabelle Ferreras over de kansen van democratisch georganiseerde bedrijven.
Bedrijven investeerden in 2024 veel minder in milieumaatregelen.
België blijft België.
Vond je dit nou een leuke nieuwsbrief? Geef ons een like, en stuur hem door naar anderen die mogelijk ook interesse hebben!
Heb je ideeën voor onderwerpen om te bespreken? Reacties? Mail ons op: rodecijfers@substack.com


