9 januari, 21:24 Aangepast 9 januari, 21:36 4 minuten leestijd

De bestuurder was onderweg toen het explosief afging

© MediaTV

DEN HAAG - Op 11 december 2024 ontploft een bom onder de auto van een Rotterdamse advocaat. De schade is gering, de schrik groot. Wie of wat zit hierachter? Tijdens de strafzaak tegen twee verdachten uit Den Haag en Zoetermeer blijft het motief onduidelijk.

De officier van justitie zegt dat het onderzoek naar de achtergronden op niets is uitgelopen. Zij spreekt van een mislukte liquidatie, dus poging moord. Strafeis: twaalf jaar cel.

De advocaat zelf is naar de rechtszaal gekomen. Normaal gesproken zijn werkplek, nu als slachtoffer. Hij heeft tegen de politie gezegd dat het mogelijk te maken heeft met een oude ruzie, in de tijd dat hij nog in een coffeeshop werkte. Maar desgevraagd, op de gang van de rechtbank, voegt hij daaraan toe: 'Ik weet het echt niet. Ergens houd ik nog rekening met een persoonsverwisseling.'

Op 11 december 2024 is hij kort na half negen onderweg naar zijn kantoor in Rotterdam. Hij staat stil voor een stoplicht bij de ingang van de Maastunnel, als er een luide knal is. Aan de rechterachterkant van de grijze Mercedes is een explosief afgegaan. De band is lek en het chassis is beschadigd.

De forensische opsporing vindt sporen van PETN bij de auto: een bekend maar lastig verkrijgbaar explosief dat ook door terroristen wordt gebruikt. Ook wordt een GPS-tracker aangetroffen en delen van een ontstekingsmechanisme. Conclusie: de bom is op afstand tot ontploffing gebracht.

De simkaart leidt naar Juri G.(36) uit Den Haag. Hij bevestigt dat hij die simkaart heeft gekocht, maar in opdracht van een ander. De recherche heeft deze persoon nooit kunnen vinden. Een vriend van de verdachte, Franky A.(42) uit Zoetermeer, wordt gezien als medeverdachte. Hij blijkt een maand eerder een foto te hebben verstuurd van een locatie vlakbij het kantoor van de advocaat. Met de tekst: 'Hij kan eronder.' De verdachte zegt niet meer te weten waarom hij die heeft verstuurd.

Beide mannen worden in de dagen voor de aanslag meerdere keren samen gezien, rijdend van Den Haag via Zoetermeer naar Rotterdam. Ze zijn goed herkenbaar als 'de lange' (Franky A, 1.89m) en 'de kleine' (Juri G., 1.63m). De lange heeft een donker gelaat, de kleine een lichte huidskleur.

In de nacht van 9 op 10 december worden ze gesignaleerd in een tankstation. G. zegt niet meer te weten wat ze gingen doen. A.: 'Effe naar buiten, ik had de hele dag lopen klussen.' Iets later worden er twee mannen gezien bij de woning van de advocaat, maar ze ontkennen dat zij dat zijn.

Zelfde scenario een nacht later: beiden zijn te zien op de beveiligingscamera van een avondwinkel in Rotterdam. Daarna weer twee mannen, volgens de politie 'een lange en een kleine', bij de auto van de advocaat. De kleine zou onder de auto hebben gelegen.

Beiden ontkennen. 'Dat ben ik niet.' A. zegt dat hij op die plek in Rotterdam was omdat hij op bezoek wilde bij zijn zoon, die niet thuis bleek te zijn. Als de rechter een foto laat zien van de twee mannen bij de auto staat G. op: 'Hij is een kop groter dan ik, dat is toch niet zo bij deze mannen op de foto. Dat kan mijn dochtertje nog wel zien. Zo komen we er niet.'

De explosie is daags erna. Justitie gaat er vanuit dat er eerst voorverkenningen zijn geweest. In de nacht van 9 op 10 december zou al geprobeerd zijn het explosief te plaatsen, maar toen stond de Mercedes in de garage. Bewijs komt er ook nog na de explosie. A. krijgt een berichtje: 'Mijn mattie is niet zo tevreden, man.' Zijn reactie: 'Dat heeft niets met een aanslag te maken.'

Kortom: de advocaten van beide mannen willen volledige vrijspraak. 'Er is geen concreet bewijs dat zij betrokken waren bij het plaatsen van een explosief.'

Mocht de rechtbank toch enig bewijs zien, dan wijzen zij erop dat het effect van de bom heel gering was: 'Slechts een deukje. Dan kan je niet spreken van poging moord en ook niet van een poging zwaar lichamelijk letsel te veroorzaken. Het is ook onduidelijk hoeveel springstof er is gebruikt.'

'Ik zou nooit iemand schade willen toebrengen. Ik ben vader van zeven kinderen, dit ligt niet in mijn aard. Geweld hoort niet bij mij.' De man heeft wel een behoorlijk strafblad, onder meer voor diefstal.

Medeverdachte A. heeft in het verleden zeer forse celstraffen gehad voor diefstal met geweld. Ook hij is vader en wel van tien kinderen. Beiden zitten nu een jaar vast voor deze zaak. De rechter in Rotterdam doet waarschijnlijk over twee weken uitspraak.

Meest gelezen